Kerkstraat 30 | 8471 CH Wolvega | Tel/Fax 0561 613420
Tjibbe Boringa - Wina van Putten van Hemmen

De uitdrijving

Als de baarmoeder klaar is met het oprekken van de baarmoedermond (volledige ontsluiting), zodat de baby er door kan, gaan de weeën veranderen. Tot nu toe moest er aan de baarmoedermond getrokken worden, om hem over het hoofdje van de baby heen te trekken, nu moet er tegen de baby geduwd worden om hem of haar er uit te werken. Dit zijn de persweeën.
Deze kun je niet tegenhouden. De buik drukt als het ware zelf naar beneden, hierdoor drukt het hoofdje van binnenuit op het onderste stuk van de darm en geeft hetzelfde gevoel als wanneer je heel nodig naar het toilet moet. Dit voelt naar, maar helpt je bij het persen. Dit is namelijk dezelfde techniek als wanneer je ontlasting moet hebben.
De duur van de uitdrijving hangt af van een aantal factoren, o.a: is het de eerste baby of niet, is de stand van het hoofdje goed, zijn de weeën krachtig genoeg en is de perstechniek goed. Je kunt de positie van de baby enigszins beïnvloeden, door tijdens de ontsluiting goed mobiel te blijven en zoveel mogelijk voorover te zitten of te staan. Hierdoor helpt de zwaartekracht de rug van de baby naar jouw buikzijde te "trekken", waardoor je meer kans hebt, dat het achterhoofdje meegaat en zo in de beste positie komt. Dit geldt eigenlijk ook al voor de laatste weken van de zwangerschap.
Het is niet ongewoon, om voor de uitdrijving van een eerste kind 1 tot 1 1/2 uur nodig te hebben.

Een heleboel vrouwen zijn bang voor het inscheuren of inknippen. Dit lijkt enger dan het is. Het is namelijk zo, dat door het oprekken van de huid, doordat het hoofdje er tussen staat, deze zo op spanning is gekomen, dat je de inscheuring niet eens opmerkt.
We proberen natuurlijk de schade zo klein mogelijk te houden. Een goede samenwerking tussen jou en ons is dan erg belangrijk. De "puftechniek" komt dan goed van pas.
Bij de geboorte van de schouders, gebruiken we een, in Scandinavië ontwikkelde, techniek waarbij een inscheuring nog minder vaak voorkomt en een "schouderdystocie" (vastzittende schouders) ook minder vaak optreedt. (Deze techniek wordt nog niet op de Nederlandse opleidingen aangeleerd.)
Voor een knip verdoven we de huid altijd. Een knip is bij een normale bevalling bijna nooit nodig en een scheurtje geneest veel beter. Ook heb je daar in de kraamtijd veel minder last van.
(Uit de jaarlijkse registratiecijfers blijkt, dat wij gemiddeld twee keer zo weinig knippen, dan het landelijke gemiddelde, terwijl een totaalruptuur de afgelopen 20 jaar slechts 3 keer is voorgekomen).
Wij werken met een techniek waarbij de hechtdraden onder de huid terecht komen, zodat je ze bijna niet voelt zitten. Wij "hechten" namelijk veel waarde aan zo veel mogelijk comfort in de kraamtijd en daarna!

Na de geboorte van de baby moeten we nog wachten op de placenta en mag de vader de navelstreng doorknippen, als hij dat wil. Meestal komt de placenta wel binnen een kwartier, maar soms duurt dit wat langer. Het mag echter niet langer dan een uur duren. Je gaat dan vaak ook te veel vloeien. Meestal bespoedigen we dit proces d.m.v een injectie. Dit beperkt ook het bloedverlies. 
We controleren dan of de placenta en vliezen compleet zijn en meestal willen de ouders hier een foto van maken.

De conditie van de baby wordt gelijk bij de geboorte, door ons beoordeeld met behulp van de "apgar-score". Hier merken jullie niets van, want het gaat erom, hoe de baby zich uit zichzelf presenteert. We doen geen speciale testjes.
Voordat de baby aangekleed wordt controleren we of "alles er op en er aan zit".

En dan, na gedane arbeid is het goed rusten; tijd voor beschuit met muisjes en voor de baby de eerste (borst)voeding!